Catherine Delneste: ‘Ik kan me bijna overal thuis voelen’

09/05/2018 

We ontmoeten Catherine Delneste in het station van Leuven. We hebben afgesproken dat we elkaar op basis van onze LinkedIn foto’s zullen herkennen. Geen twijfel mogelijk: enigszins frêle gestalte, de karakteristieke glimlach. Haar leven was nochtans geen rozentuin: het was een zoektocht naar innerlijke rust, vertrouwen en authenticiteit. Op haar website noemt ze HET LEVEN haar grootste leraar, net als haar reizen, die symbool staan voor haar innerlijke groei. ‘Een zorgend kind dat gegroeid is naar een volwassen vrouw met grenzen,’ zo noemt ze zichzelf, maar ook: ‘Omdat ik de dood, het vergankelijke en het veranderlijke rechtstreeks in de ogen heb leren kijken, leef ik nu voluit. En met voluit bedoel ik ook de aanvaarding van mijn licht- en schaduwzijden. Ik ben dankbaar voor wat elke dag me brengt en ik maak er iets van.’

‘Ik kom uit een moeilijke thuissituatie. Dat zeg ik met veel respect voor mijn ouders. Mijn moeder heeft drie zware depressies gehad, mijn vader was alcoholverslaafde. Ik ben altijd het zorgende kind geweest, heb voor mama en papa moeten spelen. Daar ben ik nu dankbaar om, want dit alles heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik was een buitenbeentje omdat ik al snel op zoek ging naar de diepere dingen in het leven. Ik heb veel geïncasseerd, maar wist niet hoe dat te verwerken. Daarom trok ik erop uit. Reizen naar onbekende oorden gaf me veel voeding om mezelf terug te vinden en zelf verantwoordelijkheid te nemen voor mijn daden, keuzes en angsten.’

Eerst gaat de tocht naar Frankrijk, daarna naar verdere oorden buiten Europa. Om haar reizen te bekostigen, neemt ze elke job aan, ook in de fabriek. Ze werkt telkens een jaar en trekt er daarna als backpacker een maand op uit, het avontuur tegemoet. Dat doet ze dertig jaar lang.

Reizen om te leven

Of dat spirituele reizen waren? ‘Spiritualiteit is een woord dat voor mij een zekere lading heeft. Een boer staat soms dichter bij de essentie van het leven dan iemand die zogenaamd spiritueel is. Daarom omschrijf ik mezelf liefst als een gewoon mens die op zoek ging naar wie ze zelf was en naar wat het leven mije bieden had.’

Een boer staat soms dichter bij de essentie van het leven dan iemand die zogenaamd spiritueel is.

Ze reisde vaak naar Azië en naar vele landen in Zuid-Amerika. ‘Dat contact met andere culturen, tradities en religies boeide mij enorm, net als de gewone mens in zijn dagelijks leven. Alleen al ergens aankomen waar alles onbekend en alles mogelijk was, gaf me een kick. Ik had niets gepland, enkel mijn ticket gekocht. De rest was beleven en ondergaan. Ik had over niets controle. Wat dat betreft, heeft India me veel gegeven en geleerd. Het is een land van extremen.’

 

Catherine Delneste: ‘Dat contact met andere culturen, tradities en religies boeide mij enorm, net als de gewone mens in zijn dagelijks leven. Alleen al ergens aankomen waar alles onbekend en alles mogelijk was, gaf me een kick.’

Eén beeld vergeet ze nooit. Het werd de aanleiding om de dood in haar leven te integreren: ‘In de heiligste stad van India, Varanasi, het vroegere Benares, gebeuren crematies in het openbaar. Ik zat op de trappen naar zo’n verbranding te kijken en merkte dat een tiental meter verder kinderen in het water speelden. Ik dacht: dit is het echte leven. Voor mij was dat het begin om de realiteit onder ogen te zien.’ 

Moeder Teresa

Religies boeien haar, maar ze zoekt die niet bewust op. ‘Ik neem vanuit elke religie mee wat mij kan voeden, maar hou me niet aan hun regels en wetten. Ik wilde graag in alle eenvoud bij de gewone mensen zijn. Ik was nieuwsgierig hoe ze leven. In India is alles te zien: de chaos, de hel, het leven en de dood. Ondanks de ellende was er veel humor. Daar voelde ik me goed bij, het relativeerde veel. Die mensen hebben niets en toch geven ze zoveel en was er altijd tijd voor een lach, midden in de armoede.

Ik heb moeder Teresa ontmoet en gesproken, vier maanden voor haar dood. Zij heeft me diep geraakt in heel haar zijn.

Ik ging enkele dagen werken in een huis van moeder Teresa in Calcutta. Ik wilde ervaren hoe dat was. Ik ben niet gelovig, maar ginder ging ik elke dag om 5 uur ‘s ochtends naar de mis. Er hing een sfeer van eenvoud, rust, warmte en liefde. Ik heb moeder Teresa ontmoet en gesproken, vier maanden voor haar dood. Zij heeft me diep geraakt in heel haar zijn. Ze was liefdevol, eenvoudig, broos, kwetsbaar en toch straalde ze een ongelovige kracht uit. Wat zij al die jaren in Calcutta voor de ‘onaanraakbare’ mensen heeft gedaan, is enorm. Ook al ben ikzelf niet-gelovig, toch kon ik haar in de eerste plaats zien als een mens met een persoonlijk geloof. Vandaar mijn respect.

Calcutta is echt de hel. Ik ben er meerdere malen geweest en kon er niet langer dan een week blijven. Het is een hectische stad die veel energie van me nam. Ik weet dat moeder Teresa veel kritiek op haar doen en laten kreeg. Voor die mensen heb ik een tip: ga, kijk, ruik, hoor, voel en beleef Calcutta ten volle. Misschien geeft die ervaring jou een ruimere blik op heel India of welk ander land dan ook. Daarom kan ik mij goed vinden in de reportages van Rudi Vranckx. Zonder oordeel kaart hij alle facetten en alle problematieken van een land aan. Dat geeft een realistisch beeld. 

De onaanraakbare

Tijdens mijn reizen laat ik mijn doen en laten van in België volledig achter me. Dat is belangrijk, want zo kan ik met een open blik en zonder oordeel naar een ander land gaan. Van daaruit kijk en voel ik. In onze maatschappij hebben we de luxe om veel te praten over problematische toestanden. We zitten namelijk in een comfortabele positie. Iets ervaren vanuit een oncomfortabele positie en uit je comfortzone gaan, is heel anders.’

In onze maatschappij hebben we de luxe om veel te praten over problematische toestanden. We zitten namelijk in een comfortabele positie.

In India maakt ze kennis met een dakloze. ‘Met hem had ik een diep contact. Vier jaar lang ging ik hem telkens weer opzoeken. Ondertussen is hij overleden. Hij was een eerlijk en intelligent mens met waarden. Vroeger was hij leraar. Maar toen zijn vrouw ziek werd en stierf, kon hij de rekeningen niet meer betalen. Daarom werden zijn kinderen naar een weeshuis gestuurd. Zelf moest hij sindsdien op straat leven. Ik mocht telkens mee in zijn wereld gaan. Hoe hard en onmenselijk is het om in Calcutta op straat te moeten leven als onaanraakbare!

 

Catherine Delneste: ‘Mijn reizen waren in zekere zin een vlucht, dat besef ik nu wel, maar ze hebben mij veel geleerd.’

Telkens ik weer naar België kwam, kon ik niet meer om met de weelde en met mensen die klagen over onbenulligheden. Ze zien niet wat ze wel hebben en verlangen altijd naar wat ze niet hebben. Mijn reizen waren in zekere zin een vlucht, dat besef ik nu wel, maar ze hebben mij veel geleerd. Jarenlang heb ik me niet thuis gevoeld in België.’ Ondertussen is dat veranderd: ‘Nu voel ik me hier wel thuis, omdat ik mezelf heb gevonden. Ik kan me nu bijna overal thuis voelen.’

Therapie en de kracht van vergeving

Dat ze zichzelf vond, heeft ook te maken met haar jarenlange therapieën. ‘Ik ben in therapie gegaan op mijn vierendertigste, omdat ik voelde dat er in mij iets doods en bevroren was. Ook al was ik een levensgenieter en altijd uit op avontuur, toch voelde ik een gemis aan echte verbinding met mezelf en met andere mensen. Dat uitte zich vooral in mijn partnerrelaties. Ik zag een rode draad die zich voortdurend herhaalde: bindingsangst, angst voor afwijzing, minderwaardigheidsgevoel, geen zelfliefde, afwachtende houding.

Ik heb mijn ouders vergeven, ik kon in echte liefde naar hen toestappen. Ik kon zien wie ze wel waren en wie ze omwille van hun verleden niet konden zijn.

Het was mijn verantwoordelijkheid en niet die van mijn ouders om die belevingen te onderzoeken en daarin te groeien. In pijn en verdriet kun je lang de schuld geven aan je ouders, maar op een bepaald moment moet je zelf actie ondernemen. Voor mij was dat opnieuw een grote reis naar het onbekende. Het heeft veel tijd, moed en doorzettingsvermogen gevraagd om verandering in mezelf te brengen. Maar mijn oogst was groot: ik heb mijn ouders vergeven, ik kon in echte liefde naar hen toestappen. Ik kon zien wie ze wel waren en wie ze omwille van hun verleden niet konden zijn. Ik ben dankbaar dat ikzelf de tijd gekregen heb en mezelf de tijd gegeven heb om de geschiedenis met mijn vader en mijn moeder een plaats te geven. Daardoor kan ik nu ook na hun dood zeggen dat de cirkel rond is. Ik mis hen soms nog, er is een existentiële leegte, maar ik heb geen pijn of verdriet. Ik aanvaard.’

Confrontatie met de dood

Door de vele ervaringen tijdens haar reizen wil ze de dood in haar eigen maatschappij en cultuur verder uitdiepen. Ze volgt een vierjarige therapeutische opleiding in het centrum Agape Belgium en verdiept zich verder in de rouwcultuur. Ze werkt als vrijwilligster op een palliatieve dienst en bij Contactpunt Waardige Uitvaart. Daar geeft ze samen met oprichtster en bezielster Els De Smet arme en vereenzaamde mensen een waardig afscheid. Ze wil graag in bijberoep een praktijk opstarten waarin ze nabestaanden steunt in hun rouw- en verliesprocessen.

Ik verloor verschillende vrienden door ziekte, ongevallen en zelfdoding. Door die vele levensverhalen maakte ikzelf een reis naar het onbekende en werd ik geconfronteerd met de realiteit: de dood maakt deel uit van het leven.

‘Ik zoek de dood niet op, het leven zelf confronteert mij ermee. Thuis was de dood figuurlijk aanwezig, terwijl ik zo’n levendig kind was. Ik wilde naar buiten, beleven en spelen. Maar de situatie beklemde mij telkens en vroeg mij om als kind een volwassen rol op te nemen door te zorgen voor ma en pa. Als kind kwam ik ook in aanraking met de dood toen ik mijn beide grootouders te verloor. Daarover werd niet gepraat, verder leven was de boodschap. Toen ik wat ouder was, stapte de nieuwe vriend van mijn ma uit het leven. Ook dit verlies heb ik onbewust beleefd, het heeft jaren geduurd vooraleer ik dit een plaats kon geven. Later verloor ik verschillende vrienden door ziekte, ongevallen en zelfdoding. Door die vele levensverhalen maakte ikzelf een reis naar het onbekende en werd ik geconfronteerd met de realiteit: de dood maakt deel uit van het leven. Het is een universele ervaring.’

Palliatieve zorg

Werken in de palliatieve zorg was niet vanzelfsprekend: ‘Ik was bang voor de dood, bang voor dode mensen. Overleden familieleden en vrienden durfde ik nooit groeten, terwijl dat voor mij nu zo’n belangrijk onderdeel is wanneer je afscheid neemt van dierbaren. Op de eerste dag van mijn stage nodigde de verpleegster me uit om een overledene te bezoeken. Ik weigerde, maar ze verzekerde mij dat ze me zou steunen.

Ik ben mee de kamer binnen gegaan van iemand die ’s nachts was overleden. Die man lag daar op bed, gewassen, mooi aangekleed. Zijn twee zusters zaten aan tafel te ontbijten en waren nog steeds aan het praten met hun broer. Ik vond dat zo mooi en waardig, daar was helemaal niets beangstigend aan. Toch zijn niet elke dood en doodsstrijd mooi: fysieke aftakeling, angsten, familietoestanden die niet uitgeklaard zijn, mensen die alleen sterven,… Ik kwam vlug met beide voeten op de grond. Wel mooi zijn de liefdevolle toewijding, steun en aanwezigheid van het personeel op een palliatieve dienst. Daar krijgt waardigheid een plaats en is tijd tijdloos.

Mensen zien sterven heeft mij geholpen om me te confronteren met mijn broosheid, kwetsbaarheid en vergankelijkheid. Van daaruit heb ik geleerd om voluit en bewust te leven. Dit betekent niet dat ik geen angst meer heb voor de dood. Hoe zal ik reageren wanneer ik te horen krijg dat ik binnenkort sterf? Dat weet ik niet, daarop kun je je niet echt voorbereiden. Ik zou in elk geval het leven erg missen.’ 

Moeder

Zes jaar geleden hoorde ze dat haar moeder leed aan Alzheimer. ‘Ik heb gekozen om voor haar te zorgen, niet meerals een ‘zorgend kind’ maar als een volwassen vrouw. We hadden toen al jaren een fijne, intense en liefdevolle relatie. Onze gezamenlijke reis daarin was niet vanzelfsprekend, maar heeft me veel geleerd over mezelf. Zij droeg haar ziekte moedig en waardig. De confrontatie met haar geheugenverlies en fysieke aftakeling hebben onze relatie nog verdiept. In de verdere evolutie van haar ziekte was ons contact enkel nog fysiek en liefdevol. Ik durf zelfs zeggen: onvoorwaardelijk.

Mijn moeder droeg haar ziekte moedig en waardig. De confrontatie met haar geheugenverlies en fysieke aftakeling hebben onze relatie nog verdiept.

Tijdens haar stervensproces zijn mijn broer en ik zeven dagen en nachten bij haar gebleven. Dat was haar neergeschreven wil. Voor mij was het ook vanzelfsprekend na alles wat ik geleerd had. Toch was het in niets te vergelijken met hoe ik op de palliatieve dienst aanwezig was bij stervenden. Zij was mijn moeder, mijn eigen bloed. Haar heftige fysieke en geestelijke doodsstrijd gaf me zoveel onmacht en pijn. Haar laatste adem was een broos en verdrietig moment. Om haar verder te eren in liefde en dankbaarheid, liet ik haar lievelingslied Ave Maria voortdurend spelen. Ik heb een klein altaar gemaakt, heb haar gewassen en aangekleed en ben nog enkele uren bij haar blijven zitten. Ik ben dankbaar dat ik dit moment zo bewust heb kunnen beleven. Alle eerdere opgedane ervaringen in heel mijn leven hebben mij hierin geholpen en gesteund.

Steeds meer mensen geven weer waardigheid aan het sterven en maken de dood bespreekbaar.

Onze cultuur en maatschappij maken geen tijd en plaats meer voor deze nodige en waardevolle momenten. Ook vele ziekenhuizen en rusthuizen niet. Vele ceremonies en rituelen zijn verloren gegaan. Het afscheidsproces wordt gecommercialiseerd en alles moet vlug gaan: dood, begrafenisondernemer en kist. Toch zijn we op de goede weg: steeds meer mensen geven weer waardigheid aan het sterven en maken de dood bespreekbaar, steeds meer nieuwe ceremonies en rituelen worden gebruikt om familieleden te ondersteunen.’

Sjamanisme

Ze volgde een vierjarige opleiding ‘ervaringsgerichte psychotherapie en sjamanisme’. We fronsen even de wenkbrauwen: sjamanisme? ‘Wat mij vooral aantrok in deze opleiding was de combinatie van gespreks-, ademhalings- en bewegingstherapie met het sjamanisme. Het is een benadering van de mens in zijn totaliteit. Sjamanisme is heel aards. Je vindt die over de hele wereld terug bij alle oude natuurvolkeren, die verbonden zijn met Moeder Natuur en die veel levenswijsheid bezitten. Daaruit vloeien respect en dankbaarheid voor al wat leeft voort. De moderne beschaving heeft Moeder Aarde naar de rand van de afgrond gebracht. Daardoor hebben we het contact met de wortels van het bestaan verloren.

Rituelen en ceremonies kun je op een persoonlijke manier gebruiken voor alle levensfasen dat je zelf wilt bekrachtigen.

In de opleiding ben ik via ceremonies en rituelen die gebaseerd zijn op de Lakota-tradities – zoals zweethutten en vuurlopen – weer in contact gekomen met mijn wortels. Het heeft me bewust gemaakt dat alles verbonden is met elkaar. Ik heb aan den lijve ondervonden hoe krachtig ceremonies en rituelen zijn. Ze hebben mij steun gegeven om oude kwetsuren te helen en om moeilijke gebeurtenissen in mijn leven een plaats te geven. Met de juiste intenties heb ik opnieuw leren bidden en zingen voor mezelf en voor anderen. Ik heb mogen voelen wat de diepte van danken en eren is, welke kracht nederigheid in zich heeft, hoe belangrijk respect naar mezelf en naar anderen toe is. Het doet er niet toe waar je de inspiratie vandaan haalt. Rituelen en ceremonies kun je op een persoonlijke manier gebruiken voor alle levensfasen dat je zelf wilt bekrachtigen.’

Verbinding met een groter geheel

Catherine beleeft in het sjamanisme die verbondenheid, ook met een groter geheel. ‘Ik vind dit geheel zo groot dat ik het met mijn beperkte brein niet kan vatten. Dat hoeft ook niet. Ik kan enkel ervaren dat het een groot verbonden energetisch netwerk is waarvan ook ik deel uitmaak. Ik ben verbonden met iedereen en met alles. In die verbondenheid met bepaalde mensen en gebeurtenissen liggen er groeimogelijkheden om als authentiek mens door het leven te gaan.

 

Catherine Delneste: ‘Als je iets schept, zit je ook volledig in de schepping of in het geheel. Ik noem dit de magie van het leven.’

Je kunt de verbondenheid met het groter geheel ook voelen via creativiteit in dans, muziek, schilderen, boetseren, zingen, … Als je iets schept, zit je ook volledig in de schepping of in het geheel. Ik noem dit de magie van het leven. Niets gebeurt zomaar! Ik kan me ook meer vinden in de circulaire tijd dan in de lineaire tijd. Het is mooi om kinderen gade te slaan: zij zitten voortdurend in het moment.’

Ik ben verbonden met iedereen en met alles. In die verbondenheid met bepaalde mensen en gebeurtenissen liggen er groeimogelijkheden om als authentiek mens door het leven te gaan.

Gelovig noemt ze zichzelf niet: ‘Ik geloof in mezelf en soms ook niet, en ik geloof in mensen en soms ook niet. Ik heb mijn waarheden opgebouwd volgens mijn geleefde belevingen. Hierin heb ik regels noch wetten die mij beperken, ik blijf openstaan voor veranderingen in mezelf. Niets staat vast, het leven is te veranderlijk. Ik kan wel respect opbrengen voor religies en voor mensen die hun geloof praktiseren, zolang ze mij niet ‘de enige waarheid’ verkondigen en me respecteren.’

Gelooft ze in leven na de dood? ‘Vroeger was ik veel bezig met karma en vorige levens, nu niet meer. Ja, er is iets, maar ik kan het niet verwoorden. Zelfs voor de dankbare ervaring die ik enige tijd geleden mocht beleven in wat voor mij leven na de dood is, is mijn woordenschat te klein en te oppervlakkig. Ik was deel van het geheel, alles was er – het paradoxale en de polariteiten waarvan ik hou – en tegelijkertijd was niets er. Verder wil ik daarover niets kwijt.

Een hele goede oudere vriend die ik in India heb ontmoet en die ooit een gelijkaardige ervaring heeft meegemaakt, gaf me daarop een pracht van een antwoord: Oké, Catherine, je hebt dat mogen beleven. Het enige wat je nu nog moet doen, is gewoon leven. Het blijft een mysterie dat ik niet wil en kan ontrafelen en waarop ik nooit antwoorden zal krijgen. Het leven hier op aarde vraagt al genoeg aandacht. Het enige wat mij nog te doen valt is inderdaad leven, zo gewoon en authentiek mogelijk, dankbaar voor elke dag die ik krijg.’

Polariteiten en soberheid

Polariteiten horen samen, dat zou je de kern van haar levensbeschouwing kunnen noemen. ‘Ja, die leven voortdurend naast elkaar. Terwijl we in onze maatschappij veel denken vanuit of-of, heb ik geleerd dat het altijd over en-en gaat. Het ene kan niet zonder het andere, anders zou er geen beweging zijn in het leven. De natuur is daarvan een goed voorbeeld: de seizoenen tonen mij de vergankelijkheid en de veranderlijkheid van het leven. Niets is blijvend, alles is voortdurend in beweging. Dat geldt ook voor mij, want mijn natuur maakt deel uit van de natuur. Het leven bestaat uit tegengestelden, net als ikzelf. Als de natuur verstoord wordt, raakt zij uit evenwicht. Dan vraagt het tijd om weer in evenwicht te komen.

Terwijl we in onze maatschappij veel denken vanuit of-of, heb ik geleerd dat het altijd over en-en gaat. Het ene kan niet zonder het andere, anders zou er geen beweging zijn in het leven.

Hetzelfde geldt voor mij. Als ik me van de storing bewust ben, kan ik die laten zijn en de nodige tijd geven om weer met mezelf in evenwicht te komen. Mijn medicijn daarin is vooral de dans-bewegingstherapie Authentic Movement. Die maakt al jaren deel uit van mijn leven. Mijn lichaam heeft zoveel wijsheid in zich waarnaar ik heb leren luisteren. Ik heb mijn lichaam leren respecteren en aanvaarden in haar ritme en tijd. Door te leren omgaan met polariteiten in en buiten mezelf, ervaar ik rust.’

Dat ik bijna niets bezit, geeft mij een comfortabel gevoel en laat mij een comfortabel leven leiden.

Haar levenservaringen veranderden ook haar levensstijl. ‘Ik hou van eenvoud en soberheid. Ik heb weinig nodig. Ik leef in een kleine studio in een studentenkot en leef sinds mijn zestiende op de grond, op kussens. Ik ben niet materialistisch ingesteld, maar kan wel van fijne dingen genieten als die zich aandienen. Dat ik bijna niets bezit, geeft mij een comfortabel gevoel en laat mij een comfortabel leven leiden. Paradoxaal, hé? Ik kan op elk moment alles achterlaten, mijn rugzak inpakken en vertrekken. Ik zit in een luxe-positie omdat ik geen relatie of kinderen heb.’

Olifanten als voorbeeld

‘Zowel in de zoo van Antwerpen als in het Elephant Nature Park van Noord-Thailand deed ik vrijwilligerswerk met olifanten. Alle dieren zijn voor mij leermeesters. Je kunt via hun gedragingen en karakters veel over jezelf leren.’ Waarom speciaal olifanten? ‘Het is mijn lievelingsdier. Op mijn eerste reis naar India was ik gek op hun god Ganesha. Die is half mens en half dier. Daarna is die ‘gekheid’ overgegaan op echte olifanten. Ze spiegelen mij het best in wie ik ben: het zijn bijzondere groepsdieren, alleen redden ze het niet, ze hebben anderen nodig om te overleven, ze leven jarenlang samen en hebben onderling een hechte band, ze zijn hulpvaardig en proberen zieke of zwakkere groepsgenoten te helpen en te beschermen, ze zijn scherpzinnig en sterk gericht op anderen, ze hebben kracht en sterkte maar zijn ook kwetsbaar, ze stralen rust en zachtaardigheid uit, ze zijn speels.

Psychisch activeerden de olifanten een thema dat mij heel mijn leven heeft achtervolgd: mijn minderwaardigheidsgevoel.

Ze confronteerden mij ook met mijn angsten. Door hun grote gestalte voelde ik me klein. Dat was niet alleen letterlijk het geval. Psychisch activeerden ze een thema dat mij heel mijn leven heeft achtervolgd: mijn minderwaardigheidsgevoel. Ik plaatste anderen hoger dan mezelf, vond hen meer waard dan mezelf. Daardoor hield ik mezelf klein en durfde ik bepaalde acties niet ondernemen. Ik heb een lange innerlijke weg afgelegd. Nu zie en ervaar ik andere mensen als evenwaardig. We hebben allemaal licht- en schaduwzijden, we zijn allemaal kwetsbaar. Dat toegeven aan mezelf geeft me een zekere vrijheid en durf om te zijn wie ik ben.’

Rust en dankbaarheid

Alleen zijn vindt ze niet erg, integendeel: ‘Ik hou van rust en stilte en heb die ook nodig. Ik heb lang gezocht om een evenwicht te vinden tussen alleen zijn en sociaal contact onderhouden. Ik kies nu voor kwaliteit boven kwantiteit. Volledig aanwezig zijn bij mezelf en bij de ander vind ik belangrijk. Dat geeft me veel voeding en mooie, intense momenten. Door alles wat ik thuis niet heb ontvangen, voelde ik me vroeger eenzaam, verdrietig, leeg en hunkerend. Daarvoor zocht ik opvulling bij andere mensen. Dat maakte mij erg afhankelijk van hen. Als ik nu iets meemaak, trek ik me bewust terug om alles te doorvoelen en te doorleven. Als het oké is, ga ik weer naar buiten. Deze kracht en dat vertrouwen dank ik aan mijn vele therapieën en opleidingen.’

Door alles wat ik thuis niet heb ontvangen, voelde ik me vroeger eenzaam, verdrietig, leeg en hunkerend. Daarvoor zocht ik opvulling bij andere mensen. Dat maakte mij erg afhankelijk van hen.

Of ze daarbij dan geen andere mensen nodig heeft? ‘Nee. Ik heb mensen nodig omdat ik van mensen hou en omdat ik graag bij mensen ben. Mezelf verbinden in openheid en echtheid met anderen leert me mezelf verder te ontwikkelen. Zij spiegelen mij wie ik ben en waar ik sta. Ik kan nog veel leren van andere mensen en ik sta altijd voor hen open, of ze nu jong of oud zijn.’

Ze bidt elke ochtend en avond. Bidt ze dan tot God? ‘Nee, ik richt mij tot The Spirits. Het heeft geen belang tot wie je bidt, als het maar gebeurd met de juiste intentie en vanuit het hart. ’s Morgens als ik wakker word, dank ik de nieuw aangebroken dag. Ik ben dankbaar omdat ik adem en omdat ik alles wat die dag op mijn pad komt, kan inademen. Ademen is leven. ’s Avonds dank ik voor de dag die ik heb mogen beleven, voor de situaties die ik meemaakte, voor zowel de goede als de mindere goede momenten, voor de mensen die ik mocht ontmoeten, alsook voor alle kleine geschenken die ik mocht ontvangen. Dankbaarheid geeft me kracht en vertrouwen om alles te aanvaarden wat er is en niet is.’

Interview en foto’s: Johan Van der Vloet