Meestal begin in mijn voordrachten over ‘ars moriendi -stervenskunst ‘ als volgt:

Sterven werd in de tweede helft van de vorige eeuw meer en meer een taboe. De medisch technische middelen tot verlengen van het leven boekten enorme ‘successen’ zodat men dacht dat het leven onsterfelijk zou worden. We leefden langer maar we stierven ook langer! Toch kwamen stilaan de grenzen in zicht van wat nog ‘goede zorg’  was voor een patiënt. Het in leven houden kon zover doorgaan dat zowel de zorgverleners als de naastbestaanden voor de pijnlijke vraag kwamen te staan: wat hebben we gered of wat zijn we bezig te redden? Voor wie hebben we gezorgd? En wat wil(de) de patiënt zelf? Wie heeft ooit niet verzucht dat de dodelijke ziekte van een familielid of van een vriend te lang duurde voor de zieke zelf, de familie en de omgeving? In deze gevallen werd vaak impulsief overgegaan tot barmhartige stervenshulp  door het opdrijven van pijnstillende middelen ‘zonder overleg met de zieke’. Informatie en overleg zijn in het begin van de 21ste eeuw belangrijke pijlers geworden voor een vernieuwde  kijk op de gezondheidszorg, inclusief het sterven.

En dit jaar eindigde ik mijn voordrachten met:

Inzetten op transparantie en openheid in een stervensbegeleiding waar alle levenseindemogelijkheden, ook bij voltooid leven, wettelijk evenwaardig en duidelijk zijn. Conform het (maakbare) leven van diegene die sterft en zijn/ haar betrokkenen. Met een palliatieve begeleiding die maakbaar sterven tilt over procedureel handelen. Een begeleiding die stervenskunst beoefent en open transparant onderzoek toelaat met correcte cijfers die de lading dekken en niet polypathologisch zijn. Om de woorden ‘Het niet onderzochte leven is niet waard om te leven’ van Socrates te parafraseren: ‘Het niet onderzochte sterven is niet waard om te sterven.’ Liefst zelfs samen met kunstenaars die de kunst van en bij het sterven durven onderzoeken zoals ‘les ballets cdelab’ in ‘Requiem pour L’ en curator Barbara Raes op TAZ #2018.

Vanaf nu zal ik ook verwijzen naar de tentoonstelling: Leven en/of Dood – Polariteiten ontmoeten elkaar. Wat Catherine hier op het podium brengt in het unieke kader van de Sint-Baafsabdij grenst aan het ongelooflijke. Ik zou bijna schrijven: het onsterfelijke … Maar  misken ik dan niet wat zij wil (aan)tonen:  aanvaarden sterfelijk te zijn en daardoor de kracht vinden te leven in ondersteunende verbinding met elkaar. Door onze kwetsbaarheid te delen, elkaar te kunnen tillen tot creatieve processen die verrassend, verrijkend, veredeld zijn.

Dank Catherine voor jouw bezieling om dit mogelijk te maken!